Weerwoord
Fabel
Jotam waarschuwt met behulp van een fabel (Rechters 9). De fabel gaat over de bomen die een koning willen. Met open ogen kiezen ze uitgerekend die boom die hun het minst oplevert en hen zal vernietigen. Hoe kunnen bomen zo stom zijn?
wil je reageren: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
reacties:
1. Omdat de bomen zelf niet arrogant zijn en hun plek weten wordt uiteindelijk de minste van de minste als laatste gevraagd. Onder valse voorwendsels en bedreiging werd deze koning. De bomen zijn niet stom maar “slachtoffers” door hun eigen goede aard.
2. Deze bomen zijn de mensen (het volk Israël van toen maar óók wij, de mensen van nu). Op deze manier kon Jotam zaken bespreken en aan de kaak stellen zonder personen te noemen waardoor men beter luisterde naar wat hij te zeggen had: “neem géén koning uit jullie midden want dat brengt geen geluk en je hebt al een Koning die precies weet wat goed voor jullie is. Al lezend zie ik dit gedeelte als een soort gelijkenis zoals Jezus die later ook gebruikte om dingen duidelijk te maken zonder personen te noemen.
3. De bomen zijn niet stom door de boom te kiezen die hen het minst oplevert en hen zal vernietigen. De bomen oordelen namelijk niet op hoe deze boom er aan de buitenkant uit ziet. En laten zich ook niet verleiden door anderen die dit beeld hebben door over de buitenkant te oordelen. De bomen verwachten wel wat van deze boom op basis wat ze van de binnenkant van deze boom verwachten. De verwachting is wel, dat er positieve dingen van deze boom gaan komen.