Overdenkingen

Pasen en teleurstelling

‘Waakt en bidt, dat jullie niet in verzoeking komen.’ Dat zegt Jezus tegen drie van zijn leerlingen, als hij in de hof vlak voor zijn arrestatie zelf intens uit nood bidt. Het lukt hen echter niet om wakker te blijven. Tot driemaal toe vraagt hij dat ze met hem waken, maar ze slapen. Het contrast is pijnlijk. Jezus vraagt eigenlijk nooit wat voor zichzelf. En uitgerekend nu, laten ze het afweten. Maar als ik goed lees, vraagt hij niets voor zichzelf. We moeten van Jezus niet waken en bidden omdat hij in gevaar is, maar omdat zij gevaar lopen.

De verzoeking is dat ze Jezus in de steek laten, hem afzweren, hem loslaten. Waakt en bidt dat jullie mij niet loslaten.

Nog altijd kun je teleurgesteld zijn in zijn leerlingen, teleurgesteld zijn in kerken. Teleurgesteld dat gelovigen zo weinig van hun geloof waar maken. Maar Pasen is ook dat tegenover deze teleurstelling de Opgestane Heer er zelf is. Hij die nooit het werk van zijn handen loslaat. Hij stapt over die teleurstelling heen. En daarom beginnen we onze diensten altijd met precies deze woorden, dat hij nooit loslaat. Onze hulp is in de naam van de Heer, schepper van hemel en aarde, die trouw is tot in eeuwigheid en het werk van zijn handen niet loslaat. Waakt en bidt dat we zijn trouwe handen vasthouden, dat onze handen als de zijne worden.

 

Ds Wim Reedijk