Overdenkingen

Schorriemorrie

Enkele jaren terug verbleven wij in een herberg in Gambia, Afrika. De gasten waren van elkaar onderscheiden door gekleurde polsbandjes. Je had de mensen met de groene bandjes, je zag ze alleen bij het ontbijt en het diner. Dan waren er de mensen met de blauwe bandjes. Volgens de geruchten kwam je die ook bij de lunch tegen. En dan had je dan ook nog de mensen die trots met een rood bandje rondliepen. Dat was het plusarrangement: gratis drankjes bij de zwembadbar. Er waren ook mensen waar eigenlijk niet naar omgekeken werd. Zonder bandje.

Maria en Jozef hadden geen bandje. Voor hen was er geen plaats in de herberg.

Of beter: in de herberg waren zij niet op hun plaats. Zij waren niet op hun plaats in een herberg met rangen en standen en bandjes. Zij voelden zich thuis bij wie er niet bijhoren, bij het schorriemorrie. Tussen het schorriemorrie (‘schor wachamor’ betekent in het Hebreeuws: 'os en ezel') werd Jezus geboren.

Onmiddellijk verscheen er een heldere ster boven die plek. De hemelen vulden zich met engelenkoren. Er kwam hoog bezoek met dure relatiegeschenken.

Als je de glamour en de glitter rond de stal zag zou je haast vergeten dat dit geen herberg was met gekleurde bandjes, maar een plek voor schorriemorrie.

Kerstfeest is vrolijk en luxe. Maar velen kunnen daarin niet delen. Door hun eenzaamheid, verdriet en armoede. Alsof je eenzaam achterblijft in het veld, terwijl anderen feesten.

Die mensen wens ik een engel toe die een arm om ze heen slaat en tegen ze zegt: ‘In deze nacht wordt God mens, om mens met de mensen te zijn. Met achterblijvers. Met wie eenzaam is. Met schorriemorrie. En ook met jou.’

ds. Hester de Rivecourt