Overdenkingen
Geloof zonder mythe…..
Voor wie van ons is de wereld en het noodlot niet altijd weer donker en vol raadsels? Wie van ons vraagt niet: waarom? Wie klaagt er niet over last en nood, over teleurstellingen en stukgeslagen verwachtingen? En wie kan er steeds met zichzelf tevreden zijn, zodat heel z’n wezen blijheid uitstraalt?
Wie wordt er ook niet gekweld door zijn zwakheid en onvolmaaktheid, door zijn schuld?
Wie moet niet erkennen dat lusteloosheid, zwakte, dat donkere hartstochten, onwaarachtigheid, lafheid en onreinheid steeds weer macht over hem krijgen?
Wie kan er altijd dankbaar zijn en van ganser harte belijden: “Ik geloof dat God mij geschapen heeft?
Geven we dit eerlijk toe dan weten we ook wat een wonder in eigenlijke zin moet betekenen: een gebeurtenis van dien aard dat we ons bewust worden dat God ons genadig geschapen heeft en ons veilig in zijn handen draagt, ondanks alles, ondanks alle raadsels en alle noodlot van de wereld.
En juist dan wanneer we naar zo’n wonder uitkijken, kan het ons treffen.
Willen we God werkelijk als onze Schepper erkennen, willen we werkelijk zijn wonderen zien, verlangen we werkelijk naar het ene grote wonder, naar een gebeurtenis die er ons van overtuigt dat God onze Schepper is, dan betekent dat dat we ernaar hunkeren om zélf nieuwe mensen te worden.
De tekst waarin Luther zegt dat het geloof in God de Schepper het allesbeslissende, allesomvattende geloof is, en waarin hij zegt dat er maar weinigen zijn die zover komen dat zij met hart en ziel geloven dat God het is die alle dingen schept en maakt, zo iemand moet van alle dingen onthecht zijn, van het goede en aan het kwade, van dood en leven, van hemel en hel en van ganser harte belijden dat hij uit eigen kracht tot niets in staat is.
Wanneer iemand dat werkelijk kan belijden, kunnen hem de ogen opengaan voor het geschenk dat God in Jezus christus aan de wereld heeft gegeven.
Uit: 'Geloof zonder mythe' van Rudolf Bultmann
