Overdenkingen
Met losse handen
Ik kan bijzonder goed met losse handen fietsen. Als kind al: fietste ik langs iemand, dan deed ik nonchalant m’n handen op m’n rug, zodat niet onopgemerkt bleef hoe knap ik dat kon. Later werd ik groot. En al kan ik zo nu en dan – in een opgewekte bui tijdens een pastorale ronde door mijn wijk – me nauwelijks beheersen om nog even met de handen op de rug te fietsen, ik weet nu dat met losse handen fietsen niet iets is waar je een mens om bewondert.
Waar dan wel om? Om uithoudingsvermogen, veerkracht, wijsheid, trouw. Maar ik bewonder vooral de mens die de kunst verstaat met losse handen te leven.
Er zijn van die perioden dat je krampachtig leeft. Met witte knokkeltjes probeer je het stuur van je leven recht te houden, want straks komen er ongelukken van. Dat valt niet mee met al die hobbels die je dag of je leven een andere richting geven dan je voor ogen had: een lekke band, een ziek kind dat dus niet naar school kan, een dienstweigerende wasmachine, een economische crisis, een ontevreden collega, een boze baas, ziekte van jezelf of van iemand dichtbij, de ontdekking dat je huwelijk strandt. Of het vermoeden dat anderen je willen kruisigen.
‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals u het wilt.’ Jezus liet het stuur los.
Met losse handen leven is meegeven met de onvoorziene hobbels en bochten in je leven. En wat blijkt: God gaat gewoon met je mee. Sterker nog: wie leeft met losse handen, komt Hem voortdurend tegen.
Ds. Hester de Rivecourt
