Geloofsfitness

Maandag 31 oktober en dinsdag 1 november

In Psalm 146 begint de dichter met een loflied maar vanaf vers 5 kalmeert zijn toon tot een rustige opgewekte zekerheid:
Halleluja! Loof de HEER, mijn ziel. De HEER wil ik loven, zolang ik leef, mijn God bezingen zolang ik besta. Vertrouw niet op mensen met macht, op een sterveling bij wie geen redding is.  Stokt zijn adem, hij keert terug tot de aarde, op die dag gaat hij met zijn plannen ten onder. ( 5) Gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft, wie zijn hoop vestigt op de HEER, zijn God, die hemel en aarde heeft gemaakt, de zee en alles wat daar leeft, hij die trouw is tot in eeuwigheid, recht doet aan de verdrukten, brood geeft aan de hongerigen.
Kennelijk is die opgewektheid geworteld in het besef van hulp en hoop. Ga vandaag na op welke wijze die hulp en hoop in je eigen leven zichtbaar was en/of is en dank daar opnieuw voor - tussen de bedrijven door - en ervaar dat dat denken en danken je inderdaad een andere opgewektheid en moed geeft.